Schuldgevoel als ouder; wat zou liefde kiezen?

Schuldgevoel bij ouderschap komt vaker voor dan we hardop zeggen.
Veel ouders worstelen met het gevoel dat ze tekortschieten: minder geduld, sneller boos, minder beschikbaar. Alsof falen geen momentopname is, maar een constante staat van zijn.

Deze blog ontstond na een eerste gesprek met een moeder. Ze zat tegenover me met gebogen schouders.
“Geen goede moeder,” zei ze.
“Minder aanwezig. Kortaf. Sneller geïrriteerd.”

Niet één fout, maar structureel, zo voelde het voor haar.

En terwijl zij sprak, voelde ik de herkenning.
Niet alleen als hulpverlener.
Maar ook als moeder.

 

De innerlijke criticus bij ouders

Veel ouders kennen die kritische stem:

  • het kan beter

  • je zou dit moeten weten

  • hoe kan dit je nog overkomen?

Zeker ouders die veel kennis hebben over opvoeding, hechting of Verbindend Gezag, leggen de lat vaak extra hoog voor zichzelf.

Maar deze stem komt zelden voort uit liefde.
Ze komt voort uit angst.
Uit controle.
Uit het idee dat opvoeding maakbaar is.

We leven in een samenleving waarin verbeteren centraal staat. Waar we willen helen, optimaliseren en oplossen. Nederland is niet voor niets een echt therapieland. Dat heeft veel gebracht — en tegelijk ook druk.

De impliciete boodschap is vaak: als je het maar goed genoeg doet, komt het goed.

 

Ouderschap in systemen: wie draagt de verantwoordelijkheid?

Dit denken sijpelt ook door in systemen rondom gezinnen en opvoeding.

Ouders moeten “aan de bak”.
Soms expliciet, vaker onbewust.

De boodschap is subtiel maar voelbaar:
Als jij verandert, lost het probleem zich op.

Terwijl ouders al zoveel dragen:

  • emotionele belasting

  • relationele spanningen

  • maatschappelijke druk

  • verwachtingen van buiten én van zichzelf

Schuldgevoel en zelfkritiek worden zo bijna onderdeel van het ouderschap. Maar ze helpen niet bij opvoeden. Ze maken ouders kleiner, voorzichtiger, minder verbonden.

 

Van tekort naar menselijkheid

Wat als we het anders benaderen?

Niet vanuit tekort, maar vanuit menselijkheid.

Niet vragen:
Wat doe je verkeerd?

Maar:
Wat is er gebeurd?

Niet:
Hoe fixen we dit?

Maar:
Wat heeft hier liefde nodig?

Deze verschuiving vraagt iets anders van ons — als professionals, als samenleving, en als ouders zelf. Minder sturen op prestatie. Meer ruimte voor context, draagkracht en verbinding.

John Bowlby verwoordde het krachtig:

“If a community values its children, it must cherish their parents.”

Liefdevol opvoeden begint bij zachtheid

Steeds meer geloof ik dat echte verandering niet zit in nóg meer kennis of vaardigheden.
Maar in zachter kijken.

In samen dragen.
In erkennen dat ouders ook mensen zijn.
En dat schuldgevoel geen opvoedvaardigheid is.

Misschien is de vraag die we ons vaker mogen stellen niet:

Wat moet er anders in mijn opvoeding?

Maar:

Wat zou liefde kiezen — voor mijn kind én voor mijzelf?

En welke ruimte ontstaat er dan?